Voeding & Gezondheid

Is functionele voeding gezond, of gewoon slimme marketing?

· 5 min leestijd

Loop een willekeurige supermarkt binnen en je ziet het overal: yoghurt "met extra vitamine D", repen "voor je energie", drankjes die je immuunsysteem beloven te boosten. Wat vroeger gewoon een boterham of een bakje kwark was, is nu een klein gezondheidsproduct met eigen claim op de verpakking. Dat heet functionele voeding, en het is de snelst groeiende categorie in de supermarkt van dit moment. Maar levert het ook echt iets op, of betaal je vooral voor een slimme marketingtekst?

Wat functionele voeding precies is

Het Voedingscentrum omschrijft het simpel: bij functionele voeding is er iets toegevoegd of juist weggehaald om de gezondheidswaarde van een product te verbeteren. Denk aan margarine met plantensterolen tegen een hoog cholesterol, brood met extra vezels, of yoghurt met probiotica voor je darmen. Er bestaat geen officiële, wettelijke definitie van het begrip, en dat is meteen het eerste probleem. Fabrikanten mogen zelf bepalen wanneer ze een product "functioneel" noemen, zolang de gezondheidsclaim op het etiket op de goedgekeurde EU-lijst staat.

Het resultaat is dat je het label inmiddels op bijna elk schap tegenkomt. Ontbijtgranen met extra ijzer en foliumzuur, eieren met omega-3, chocoladerepen met toegevoegde eiwitten. Zelfs cola-achtige frisdranken verschijnen nu met "prebiotisch" of "gut friendly" op het etiket.

Waarom dit precies nu zo hard groeit

De belangstelling voor de link tussen wat je eet en hoe je je voelt is de afgelopen jaren flink toegenomen, en de voedingsindustrie speelt daar gretig op in. Waar darmgezondheid vorig jaar al een thema was, is de vraag naar vezels dit jaar pas echt geëxplodeerd. Wil je weten waarom die trend zo groot is geworden? Lees ook ons artikel over vezels als het nieuwe eiwit, want die honger naar vezelrijke producten is precies waar fabrikanten met functionele voeding op inspelen.

Er zit ook een simpel verdienmodel achter. Een gewoon pak yoghurt levert weinig marge op, maar diezelfde yoghurt met een gezondheidsclaim erop kun je voor een fors hoger bedrag verkopen. De Amerikaanse voedingswetenschapper Marion Nestle noemt dit soort producten weleens "afleiders met calorieën": ze laten mensen denken dat iets gezond is, terwijl het in de kern nog steeds een bewerkt product is. Een chocoladereep met toegevoegde cafeïne en B-vitamines is en blijft een chocoladereep.

Wat voedingsdeskundigen er echt van vinden

Het Voedingscentrum is er vrij helder over: voor mensen die gevarieerd eten volgens de Schijf van Vijf, heeft functionele voeding weinig tot geen extra voordeel. Interessant is wel dat zo'n negentig procent van de Nederlanders niet aan die richtlijnen voldoet. Voor die grote groep kan een verrijkt product in theorie een gat opvullen, al is dat allesbehalve hetzelfde als een gevarieerd voedingspatroon.

Neem het voorbeeld van margarine met plantensterolen tegen cholesterol. Dat werkt aantoonbaar, het verlaagt het cholesterolgehalte met zo'n tien procent. Klinkt mooi, maar iemand met een cholesterolwaarde van 300 zit daarmee nog altijd op 270, terwijl het streefdoel rond de 190 ligt. Het is een aanvulling, geen oplossing. En dat is precies waar het misgaat in de marketing: een klein, meetbaar effect wordt gepresenteerd alsof het probleem ermee is opgelost.

Het risico van te veel goede bedoelingen

Er kleeft nog een ander risico aan de trend, en dat wordt zelden benoemd op de verpakking zelf. Omdat steeds meer producten verrijkt worden met dezelfde stoffen, met name foliumzuur en vitamine A, C en E, kun je als consument zonder het te merken flink boven de aanbevolen hoeveelheid uitkomen. Een Amerikaanse onderzoeker van Tufts University noemde dit letterlijk onontgonnen terrein: niemand weet precies waar de bovengrens ligt bij mensen die via meerdere verrijkte producten per dag foliumzuur binnenkrijgen.

Daar komt bij dat een verrijkt product bijna altijd nog steeds een bewerkt product is. Een cola met toegevoegde vezels blijft een suikerhoudend drankje, en een snackreep met extra eiwit is qua verzadigd vet en zout vaak niet veel beter dan een gewone reep. Wil je weten hoe je dat soort producten beter kunt herkennen? Wij schreven eerder al over hoe gevaarlijk ultrabewerkt voedsel eigenlijk is, en die criteria gelden net zo goed voor het "gezonde" schap.

Wanneer functionele voeding wel zin heeft

Dit betekent niet dat je alles met een gezondheidsclaim moet mijden. Voor specifieke situaties is functionele voeding wel degelijk nuttig. Denk aan brood met extra vezels als je structureel te weinig binnenkrijgt, of aan plantensterolen als je cholesterol al langere tijd te hoog is en je daar met je huisarts over hebt gesproken. Ook mensen met een beperkt dieet, bijvoorbeeld door ziekte of ouderdom, kunnen baat hebben bij gerichte verrijking.

Het verschil zit in de intentie. Kies je bewust voor een product omdat je weet dat je een tekort hebt, dan is functionele voeding een nuttig hulpmiddel. Koop je het omdat het etiket je een goed gevoel geeft, dan betaal je vooral voor marketing. De nieuwe Schijf van Vijf van het Voedingscentrum blijft daarbij het uitgangspunt: eerst een gevarieerd basispatroon, en pas daarna eventueel gerichte aanvulling. Meer over wat er dit jaar veranderde, lees je in ons artikel over de nieuwe Schijf van Vijf.

Zo lees je het schap voortaan

De volgende keer dat je een pak yoghurt "met extra vitamines" of een reep "voor je energie" in je handen hebt, kun je jezelf drie dingen afvragen. Los ik hiermee een concreet tekort op, of klink ik mezelf alleen maar gezond in gedachten? Blijft het product onder de streep nog steeds vooral suiker, zout of verzadigd vet? En zou ik dit ook kopen zonder de claim op de verpakking? Bij twijfel is een simpel bakje naturel yoghurt met wat fruit erdoorheen vrijwel altijd de betere, en goedkopere, keuze dan de variant met het gezondheidslabel erop.

L
Geschreven door Lisa van Doorn Wellness Redacteur

Lisa begon met yoga toen ze tijdens haar burnout op de bank lag en een YouTube-video aanklikte die haar leven veranderde. Inmiddels is ze gecertificeerd yogadocent, voedingscoach en schrijft ze al zes jaar over alles wat met welzijn te maken heeft. Ze is eerlijk over het feit dat ze ook dagen heeft waarop de meditatie wordt overgeslagen voor Netflix. Haar hond Bruno is haar favoriete wandelmaatje en onofficieel therapeut. Lisa gelooft dat wellness niet om perfectie gaat maar om kleine keuzes die je dag een beetje beter maken.